Press for sixty seconds and One Minute More:
Münchner Merkur
A microcosm of the very newest music ...Modern music is rarely so multi-dimensional, rich in changes and
exciting.

Abendzeitung
Here one finds only winning minutes. Livingston jumped from one musical idiom to the next with fantastic skill.

Sports Illustrated
After striking the piano’s soundboard with a ball to create the final note, he tossed it high into the air and caught it.
“It’s a piece about risk,” said Livingston. “You can’t drop the ball.”

Le Monde
“Don’t Panic” applies above all to the pianist himself, required to display—notably during the interpretation of this
collection in concert—an incredible versatility. ...superbly shows off Guy Livingston’s vocal and fingerwork
virtuosity.

Süddeutsche Zeitung
It is hard to decide whether to marvel more over Livingston’s breathtaking ability, his high musical intelligence, or
his theatrical humor.

American Record Guide
Livingston's playing is assured and expert...

Classics Today
This is one of the freshest and most entertaining new music piano discs of 2001, and it deserves to sell millions...
splendid engineering... affable and imaginative. (10/10)

Piano Magazine
The variety of languages is astonishing: Within the imposed temporal economy, the composers create radical and
independent worlds, full of charm or anguish. In sync with the acceleration of humanity’s daily life, this disc is a
fertile and thought-provoking experience. Coup de Coeur Award


 

NRC - 15 november 2008

In een minuut past heel veel muziek

Door onze redacteur Yaël Vinckx

Pianist Guy Livingston vroeg zestig componisten om een stuk van één minuut. Vervolgens liet hij er uiterst vermakelijke filmpjes bij maken. ,,De piano verdwijnt.”

Amsterdam 15 nov. Past een opera van drie actes in één minuut? „Natuurlijk”, zegt Guy Livingston. En de 32 pianosonates van Beethoven? „Geen probleem”, lacht hij. „Tijd is een relatief begrip. Er past meer muziek in een minuut dan jij denkt.”

De Amerikaan Guy Livingston, die aan het Koninklijke Conservatorium in Den Haag studeerde, vroeg zestig componisten om een zestig seconden durende compositie voor piano te schrijven. Daarna vroeg hij vijf filmmakers om bij iedere compositie een filmpje te maken. Die volgorde was belangrijk, zegt hij. „Want laat je eerst de film maken en daarna de muziek, dan volgt de muziek het beeld en verliest ze haar onafhankelijkheid.”

In One Minute More vullen muziek en filmpjes elkaar op prachtige wijze aan; soms zijn beide melancholiek, dan worden kleine klanken gecombineerd met rustige zwart-witbeelden van een hoogspanningsmast tegen een bewolkte lucht; soms laten beide je lachen, in het tekenfilmpje bijvoorbeeld waar de pianist zijn instrument kwijt is.

Maar het interessantst zijn de composities waarin Livingston wordt uitgedaagd. Dat vond de pianist zelf ook het leukst. „Het merendeel van de zestig componisten ken ik persoonlijk. En zij kennen mij. Ze weten dat ik graag grenzen opzoek. Voor One Minute More hebben ze geprobeerd om mij met hun composities over mijn eigen grens te duwen.”

Het resultaat is uiterst vermakelijk. Zo laat Jerome Bourdellon Livingstone heel hard het woord ‘ha!' in de piano schreeuwen, waarna de pianist de rest van de minuut, die ineens uren lijkt te duren, doodstil in de piano moet blijven kijken, terwijl de klank van ‘ha' langzaam wegsterft. Benjamin Boone schreef een compositie met borden, kopjes en houten lepels, die wordt uitgevoerd op de snaren in de buik van de piano, waar de pianist het servies heen en weer schuift. Het levert een divers, krassend geluid op.

„Ik wil de tijd tonen”, zegt Livingston over zijn project, waaraan hij twee jaar werkte en dat na een tournee in Nederland ook naar Frankrijk en Amerika gaat. „Soms lijkt de voorstelling eindeloos te duren, veel langer dan een minuut, en soms is zij zo om.”

De composities duren allemaal rond de zestig seconden, al voelt dat lang niet altijd zo. Aan de opera in drie actes, bijvoorbeeld, lijkt geen eind te komen; het resoneren van zes magneetjes op de snaren van de piano is daarentegen zo voorbij. Hetzelfde geldt voor de filmpjes. De jonge Kunstacademie-studente Nelleke Koop maakte twee series van tien films. Het zijn de enige filmpjes waarin de pianist zelf fungeert. In de ene serie, getiteld Polderfilms , zet Koop de muzikant en zijn piano op een open aanhanger om hem vervolgens met een bestelbusje door de vlakke Flevopolder te trekken. Het is een koude dag in het voorjaar; condens kringelt uit Livingstons mond.

In de andere serie, Concertfilms , toont Koop de pianist aan het werk. Het is hier dat de meest bizarre composities worden uitgevoerd; Livingston trommelt zestig seconden lang met zijn vingers op het gesloten deksel van de piano, stoft al spelend het instrument schoon of laat zijn hand over het hout glijden, waardoor een irritant piepend geluid ontstaat. Daarvoor, lacht hij, moet zijn hand wel een beetje zweterig zijn.

In deze filmpjes speelt de piano de hoofdrol – en daarbij gaat het om álle delen van de piano. De pianist is in deze opzet niet meer dan een werknemer, in dienst van het instrument. Livingston: „De piano verdwijnt. Het instrument is in honderd jaar tijd niet veranderd, en het houdt niet bij hoe wij spelen, en hoe wij naar muziek luisteren. Maar ik zal het altijd een prachtig instrument vinden, in alle opzichten. Daarom is dit project niet alleen een ode aan de tijd, maar ook aan de piano.”

   

 

 

Netherlands Financial Daily - 15 november 2008

Sixty Elastic Seconds

November 15 2008: Article by Edo Dijksterhuis. Financieele Dagblad.

Musical graffiti is the best way to describe the one minute compositions of pianist Guy Livingston. His latest series of theatrical shorts is illustrated with mini films.

It all began with a friend who wrote a thirty-second opera, including costume change. A revelation for pianist Guy Livingston, who was studying at the Conservatory in The Hague at the time, and fully occupied with the Concord Sonata of Charles Ives, a mighty work lasting nearly an hour. And so he decided to invite all the composers he knew to write a sixty-second piece. Pierre Boulez had no interest in the exercise, but other celebrities such as Louis Andriessen and William Bolcom, set to work. Livingston, who originally hails from Tennessee, offered a bottle of Jack Daniels as incentive.

The idea of ultra short pieces is not new. Anton Webern had a tendency towards aphoristic shorts. Jazz avant-gardist John Zorn let his Naked City Ensemble loose with fifty pieces in under an hour. And Chopin wrote the Minute Waltz , which actually isn't 60 seconds at all but lasts between one-and-a-half and two-and-a-half minutes. But no one has taken the concept further than Guy Livingston. And the constraint apparently suited composers: within a year, Livingston already had more than 200 compositions sitting on his desk.

The best of them are punchy and have a clear identity. They are musical graffiti—like tags, the quickly scribbled signatures on walls and trains—often they have a parody impact, working one idea out in a very concentrated manner. As with Dan Warburton's Speed Study , which covers all 88 keys of the grand piano, and which sounds like a runaway etude of Nancarrow. William Bolcom takes the mickey out of Swan Lake with his 60 Second Ballet for Chickens . And Ketty Nez' Moondrunk is a variation on Beethoven's Moonlight Sonata .

That was ten years ago. Livingston traveled around with his 60 second program and proved himself as a flexible pianist and a theatrical talent. We saw that talent again at the Holland Festival in Dada at the Movies , in which he played not only the piano, but also high-hat, cap pistol and tambourine.

So on the 10 th anniversary of Sixty Seconds, the American found it was time for a second series of one minute works. The Premiere is this coming Sunday during November Music Festival, which is always open for craziness and experiment. Under the motto, “the notes are used up” the Den Bosch festival this year gives special attention to ever increasing use of non-musical means within today's music. Livingston fits in well, given that his One Minute More , 60 works of 60 seconds by the same number of composers, is illustrated by short films by 5 Dutch filmmakers. They are on a very entertaining DVD, but on the stage, the live pianist goes into dialogue with

 

 

the movies. In the case of filmmaker Thijs Schreuder, the image is impressionistic: metallic black-and-white images, of beaten lead. Or a deserted city, streaking by during the stamping rhythms of Tina Davidson's Bar None . Libby Larsen's Ricochet , as jittery as the title implies, is illustrated by a minimalistic game of vibrating lines. And in Frank J. Oteri's Last Minute Tango, a dozen cranes dance endless rounds.

Newt Hinton veers towards the surrealistic. Menno Otten put together ten films whose documentary images —like those of Schreuder— rely on reiteration such as the ebb and flow of tides or train-tracks gliding by. And animator Juan de Graaf leans to a slapstick style with magical overtones, and a bizarre little man with huge nose who suggests La Linea or inspector Clusoe from the Pink Panther films.

But the most wonderful are the films directed by Nelleke Koop, in which Guy Livingston himself performs. These are also the compositions with the most theatrical potential, such as Cleaning Instructions by Mayke Nas in which the pianist polishes the piano with panache, his head held high while he plays the keys in clusters. In No Entry from Andrea Nicoli, his fingers attack the wooden fallboard of the piano, with a flamenco effect, shattered at the end when he drops the fallboard as a final chord. In Werner Heider's For Fred Astaire he performs in top hat and tails, does a few elegant dance steps, and sings “doodah doodah.”

The composers also borrowed richly from history, sometimes in a progressing sequence, such as Eric de Clercq's 24 Means to an End, which unites the last bar from each Chopin prelude, and other times thumbing their nose at the classics, the most of extreme of which is Anders Jallén's The Piece that Anton Webern Wrote . In this, Livingston begins by reading a set of instructions at high-speed, which sound improbably complex, but then at the piano resolve into a crawling version of Twinkle Twinkle Little Star.

Not all the pieces in One Minute More are precisely a minute long: composition is not something you do with a stopwatch in hand. And there are some standouts such as For Merle by George Antheil, that doesn't even come to half a minute. But one thing is clear after listening to these compositions: within music time is a relative concept. One minute is not another. Notes can lengthen time, almost stopping it, or whip them up to lightning speed.

The sixty seconds are elastic.
reprinted with permission of the Financieele Dagblad ( © Het Financieele Dagblad 2008 )

 

 

 

 

<bgsound src="http://client.semdejongh.nl/guy/total/3%20beliavsky.mp3" loop="0">